programma’s in de les
januari 26, 2009
Begrijpen
Lln leren beter als ze iets spelende wijs leren. Dit kan met behulp van interactieve programma’s of simulaties. De voorbeelden die het boek geeft vind ik erg goed. Want als je inderdaad met iets bezig bent dan leer je op een natuurlijke manier iets aan.
Integreren
Mijn ervaringen zijn met dit soort virtuele leer programma’s erg goed. Ik heb zelf een practicum in elkaar gedraaid waar lln via een applet het practicum konden uitvoeren. Door het spelen met de applet zagen ze wat er gebeurde met een lichtstraal. Als ik dit in de les had moeten doen was het lang niet zo duidelijk geworden. Ook heb ik vroeger heel veel simcity gespeeld (een spel waarbij je een stad moet opbouwen) zo’n soortgelijke opdracht had ik ook bij aardrijkskunde maar dan op papier. Ik vond toen het spelletje vele malen mooier en aan het einde van het spel had ik meer van het spel geleerd dan van de les. Een computer kan leren en spelen samenbrengen en lln vinden dat geweldig. Een les uit het boek of een les op de pc. De meeste lln weten het wel (en moeten we dus weer naar het computerlokaal).
Ik zie nog wel één probleem en dat is dat veel docenten de computer negeren en blijven vasthouden aan het boek. Dit komt vooral doordat de kennis van de docenten niet toereikend is. Dit zou kunnen worden opgelost door goede workshops te geven aan docenten zodat de ict middelen ook word gebruikt.
Toepassen
In mijn eigen vak gebruik ik nu al applets en veel andere dingen kan ik nu niet gebruiken omdat ik op het vmbo basis les geef. De meeste programma’s zijn geschreven voor mensen die dingen iets beter/sneller begrijpen. Maar de ict-lessen die bij het boek horen zijn goede en duidelijke lessen die ik nu ook al gebruik.
Forum discussies
januari 26, 2009
Probleem inbrenger
Daen:
Ik moet een verslag maken voor natuurkunde van een practicum, daarbij moest ik met wat kabeltjes de het voedingskastje aansluiten op een lampje, een voltmeter, en een ampèremeter.
Daarna moest ik de stroomsterkte (Ampère) opschrijven, en de weerstand (Ohm).
Vervolgens moest ik het lampje vervangen door een weerstand en het vorige proces herhalen.
Ik ben nu bijna klaar met het verslag, ik moet alleen nog de onderzoeksvraag beantwoorden:
“Geldt de wet van Ohm voor het lampje? En voor de weerstand?”
Het probleem is: Ik heb geen flauw idee wat het antwoord is en ik kan ook geen duidelijk antwoord op google vinden.
Mijn vraag: Zou iemand alsjeblieft het antwoord + uitleg willen posten.
Bij voorbaat dank, Daen
Ik vind dat kazet de meest nuttige post heeft geplaatst puur door het feit dat het de enige goede antwoord is.
Kazet:
Zou moeten voldoen? Is een lamp niet het schoolvoorbeeld van een niet-Ohmse weerstand?
Hoe dan ook, wat je kunt doen is het volgende: varieer de spanning en meet de stroom, of varieer de stroom en meet de spanning. Als je een recht evenredig verband krijgt tussen de spanning U en de stroom I, geldt dat de weerstand Ohms is. De evenredigheidsconstante (=helling) van je grafiek is dan R, mits je U uitzet op de y-as en I op de x-as.
Argumenten voor:
- Kazet heeft goed door dat die op een scholierenforum.
- Hij schrijft het stuk tekst zoals het school ook zou worden uitgelegd.
Maar er zijn ook tegen argumenten:
- Kazet schrijft teveel overbodige informatie. Het proefje was al uitgevoerd maar de conclusie moest nog worden geschreven. Kazet beschrijft ook het bijbehorende practicum erbij.
- Kazet begint met een uit de lucht gegrepen opmerking. Als je het begin leest weet je niet meteen wat antwoord het is. Het lijkt nu meer op een kritiek post dan op een antwoord post.
-
Ik vond illusion de gene met de minste inbreng. Omdat hij denkt dat die op een wetenshapsforum zit. Hij geeft heel veel overbodige informatie (info over weerstanden). Ook gebruikt hij veel moeilijke woorden die in het voorgezet onderwijs niet voorkomen. En het antwoord dat die geeft is helemaal fout.
Illusion:
De wet van Ohm is inderdaad: u = R * i. Je hebt waarschijnlijk met verschillende stromen/spanningen waardes, en dan moet je voor elke waarde nakijken of je daaruit berekende R overeenkomt.
Een mogelijkheid om dat te doen is via lineaire regressie/curve fitting, als je dat al gezien hebt. Indien niet, geen probleem; want het is een manier die toch niet perfect werkt. Een betere manier is voor elk experiment je gemiddelde stroom en gemiddelde spanning te gebruiken in de wet van Ohm. Als je dan een waarde uitkomt die overeenkomt met een opgegeven (nominale) waarde, kan je veronderstellen dat de wet opgaat. Voor de lamp zal je die waarde waarschijnlijk niet hebben, maar daar kan je waarschijnlijk wel het lineair verband tussen i en u vaststellen.
Als je er een grafiek van maakt (in Excel of manueel), zal je het misschien ook goed zien.
Normaalgezien zouden allebei moeten voldoen aan de wet van Ohm, en zou je dat ook moeten zien als je gewerkt hebt met gelijkspanning. Met wisselspanning, moet je iets meer opletten, omdat een lamp een spoel is, en je daar de complexe versie van de wet van Ohm moet gaan gebruiken; maar dat gaat vast en zeker buiten het bestek van je practicum. Als de lamp toch niet zou voldoen, is dat nog aanvaardbaar, maar de weerstand zou moeten voldoen (met wat speling op door eventuele opwarming, maar zo heel veel zou dat niet mogen zijn (al is dat wel mogelijk natuurlijk: er zijn weerstanden die juist gemaakt zijn om veel in weerstandswaarde te veranderen afhankelijk van de temperatuur, bv. thermistors, NTC’s, PTC’s, … en die kan je gebruiken om bv. een brandveiligheid in te bouwen in een apparaat of al eenvoudige meting van de temperatuur voor bv. een thermostaat).
Interventie zou ik schrijven na de post van illusion omdat het daar mis dreigt te gaan
POST moderator:
Illussion dit is een scholieren forum. Dit forum is bedoelt voor leerlingen van 12 tot 19 jaar. Uw taalgebruik is dermate moeilijk dat niemand iets aan uw post heeft op dit moment. Probeer uw taalgebruik te versimpelen zodat Daen iets aan uw antwoord heeft.
Stemmen in het onderwijs
januari 26, 2009
Ik vind het goed dat er steeds meer word gedaan met het digibord. En de stemkastjes zijn volgens mij een hele positieve vooruitgang. Doordat iedereen de vraag wel moet beantwoorden moet iedereen ook wel mee doen en opletten. Door dat iedereen via het bord zijn zegje mag doen. Heeft elke lln het gevoel dat die ook bij de les word betrokken. Want zoals ook in het filmpje werd gezegd als je in een normale les een vraag stelt kan maar 1 ll de vraag beantwoorden (of met ze alle door elkaar heen schreeuwen maar dat schiet ook niet erg op). Dus stemkastjes vind ik een hele goede oplossing.
Wat ik ook goed vind is dat een ll kan zien hoe hij staat ten op zichte van de klas. Met een normaal proefwerk kun je de cijfers vergelijken maar de inhoud kan dan nog wel verschillend zijn (je kan een 4 halen (door alle antwoorden niet goed te hebben) of je kan een 4 halen doordat je de antwoorden wel goed had maar de berekening fout.). als lln van elkaar kunnen zien welke vragen ze wel of niet goed hebben krijg je sneller een soort competitie vorm in de klas. Wat meestal wel goed doet voor de motivatie.
De vraag knop vind ik zelf niet echt een verbetering. Of iemand zijn/haar hand moet opsteken of dat je een knop indrukt is evenveel werk. En als je een goede vraag hebt dan stel je hem wel, vroeger of later. En een docent kijkt de klas in en kijkt niet zozeer naar het bord volgens mij. Dus een hand wordt eerder gezien dan een vraagknop op het bord.
Ik zou ook graag van dit soort kastjes in mijn les willen gebruiken maar het budget is nog niet toereikend genoeg. Maar als ik het tegen zou komen dan ga ik het gebruiken.
NO BLAME
januari 26, 2009
Deze tekst komt van de blog van Anne. Dit komt omdat ik deze opdracht samen met Anne en Joris heb gemaakt
Gebruike site: www.noblame.nl
Andwoorden op vragen van Jonnassen:
1. Wie heeft de informatie geboden? waarom?
Maatschap Borstlap & Overzee. Ze zijn geintreseerd in het onderwerp en 1 van de 2 heeft een klein beetje onderwijservaring.
2. Wat voor autoriteit heeft de site maker op dit gebied?
De site maker heeft geen diploma’s op dit gebied. Ze hebben alleen een klein beetje ervaring op onderwijsgebied.
3. Is het gepubliceerd door een organisatie die je kent?
Nee, ik heb nog nooit gehoord van dit maatschap.
4. Heeft de organisatie gevestigde belangen om deze informatie te presenteren?
Ze hebben intresse in het onderwerp en een beetje ervaring ermee.
5. Is de site eigenaar gekoppeld aan een andere organisatie (zoals onderwijs- of overheidsinstelling) die hem een beperkte ruimte geeft?
nee
6. Is het duidelijk wanneer de site voor het laatst is bijgewerkt?
nee
7. Is er een bibliografie of bronnenlijst aanwezig op de site?
nee
8. Zijn de referenties in de bibliografie betrouwbaar?
nee
9. Hoe kunnen wij de informatie op de site beoordelen? Kunnen we de bronnen nalopen?
de informatie is niet goed. Ook kunnen wij de bronnen niet nalopen.
1. Probeer iemand een product of een standpunt te verkopen?
ja, ze proberen een noblame cursus te verkopen.
2. Wat voor soort site is het? Hoe kan de soort site de gedetailleerdheid beïnvloeden? Kunnen we aannemen dat alles van een overheids- of onderwijsinstelling komt?
Het is een commerciele site. Als er sprake was geweest van een overheidssite had er bredere informatie op gestaan dan hadden niet alleen de voordelen maar ook de nadele belicht geworden over de noblame aanpak. Wij kunnen niet aannemen dat alles van een overheids- of onderwijsinstelling komt.
3. Bestaat de inhoud uit feiten of uit meningen?
De site presenteerd, verdedigt en verkoopt een mening.
4. Volgt het een logische presentatie of reeks?
nee er is geen logica te ontdekken op de site.
5. Is het beoogde publiek duidelijk?
ja, ze richten zich op het onderwijs en in het bijzonder het basisonderwijs.
6. Zijn er gaten in de lagica, mist er relevante informatie?
ja, er missen negatieve ervaringen met de aanpak en de logica is in zijn geheel niet aanwezig.
7. Zijn en politieke of indeologische redenen?
ja.
8. Is het vooral een marketing of adveteer site?
Ja, het is een marketing site.
9. Als er citaten of gegeven gepubliceerd zijn is hier dan op een juiste wijze naar verwezen?
er is 1 bron gegeven hier is juist naar verwezen.
10. Is het taalgebruik agressief of extreem?
nee, het is net taalgebruik.
11. Is de tekst goed geschreven? zijn er geen spellings of grammatica fouten gemaakt?
ja er zijn geen spellings of grammatica fouten gemaakt.
12. Hoe zijn de visuele, geluids of animatieefecten gebruikt, hoe dienen ze de informatie? Dienen ze het zelfde doel?
De site ziet er door de kleuren enz heel goedkoop uit. Hierdoor wordt de site minder overtuigend en zal dus ook marketing technisch slechter werken dan wanneer het er beter verzorgt uit had gezien.
Onderstaande heb ik zelf getikt.
Mijn mening
Welke vraag heeft mij het meest opgeleverd?
De vraag wat probeert diegene te bereiken. Probeert diegene een product of standpunt te verkopen.
Welke vraag heeft mij het minste opgeleverd?
de vraag over wanneer de site voor het laatste is bijgewerkt. Een stuk over de geschiedenis van rome is niet interessant om te update.
Welke vragen vind ik het belangrijks voor leerlingen?
1. Wie heeft de informatie gepubliceerd?
2. Is de maker/oprichter de site betrouwbaar?
3. Zijn de referenties van die site goed?
4. Is wat er op de site is gepubliceerd ondersteund door meerdere sites?
5. Wat is de bedoeling van de site?
Hoe wil ik bevoorderen dat leerlingen deze vragen automatisch gaan stellen?
Leerlingen met de webdetective laten werken. Je kan ze hiervoor dan een minimaal aantal punten geven die een site moet scoren om gebruikt te mogen worden. Zo kan je als docent de sites ook controleren en kan je leerlingen hierin ook aansturen.
expert op afstand
januari 5, 2009
Wie is bob hofman?
25 jaar in het onderwijs gewerkt als ondersteunend personeel.
1996 hoofd geworden van afdeling ict in nijmegen. Ict lessen ontworpen voor ict coördinatoren.
In 2000 bedrijf opgericht (advies bureau) nu in meer dan 40 landen aanwezig
Iearn groot internationaal netwerk (non-profit) waar iedereen met elkaar kan delen (in school verband). Koppelt scholen 1 op 1 aan elkaar.
Sterk punt:
Innovatieve school programma’s bedenken die meegaan met de tijd.
Vragen:
1) is het ooit mogelijk om een leeg lokaal te hebben terwijl er wel word les gegeven. Dmv video conference. Of word dit al gedaan?
2) Wat voegt video conference toe aan een normale les. Wat kan ik in mijn gewone les proberen?
3) Hoe zit het met 20 lln die allemaal tegelijk vragen stellen. Komt dit wel goed over aan de andere kant? Ivm microfoon.
Antwoorden:
1) Is helaas niet beantwoord
2) Een docent kan wel een expert zijn maar een docent zal nooit de expert zijn op een bepaald gebied (bijvoorbeeld brandweerman of verpleger). Dan kan een expert op afstand interessant zijn. Lln zien de expert meteen in de eigen werkomgeving. En de expert hoeft niet te reizen. Expert op afstand is dus ook kosten besparend. Maar het kan ook veel stress leveren als de verbinding niet goed is en de expert dus niet aanwezig kan zijn. In een keer moet de les dan worden omgegooid of bent je kostbare tijd kwijt aan het maken van de verbinding.
3) 20 lln tegelijk iets laten vertellen door een microfoon gaan niet tenzij ze allemaal het zelfde zeggen. Maar als het één lln per keer is die aan de microfoon zit is het prima te doen en word het een interessante les (mits er voorbereide vragen zijn bedacht).
Mijn Mening: Ik zie video conference wel gebeuren in de les. Ik denk niet dat het zo snel bij een reguliere les zal gebeuren (natuurkunde) maar wel bijvoorbeeld bij een brand demonstratie of bij een beroepskeuze (brandweerman, schoonheidsspecialiste, verpleger). Maar voordat dit soort mooie dingen kunnen gebeuren moet er binnen de scholen een hoop veranderen een goed lopend netwerk is een vereiste inclusief een werkende pc met webcam en microfoon. Tot nu toe zie ik daar nog geen toekomst in dus een expert op afstand laat ik nog even op afstand maar het idee lijkt me in sommige gevallen wel zinnig.